Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
23 april 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag over de illegale overbrenging van vijf afvaltransporten van asfaltgranulaat naar Litouwen, gepleegd door een rechtspersoon. De verdachte, een vennootschap onder firma, werd onder meer beschuldigd van overtreding van artikel 10.60.2 van de Wet milieubeheer.
In cassatie werd geklaagd over de duidelijkheid van de tenlastelegging en het verlaten van de grondslag daarvan door het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de tenlastelegging voldoende duidelijk was conform artikel 261 Sv Pro, maar dat het hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten, wat een ernstige procesrechtelijke fout is.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof voor zover het de beslissingen over het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging betreft, met uitzondering van de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie voor bepaalde overtredingen. De zaak is terugverwezen naar het hof Den Haag voor hernieuwde berechting en afdoening.
De overige klachten werden verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 23 april 2024.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.