ECLI:NL:HR:2024:632
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Hij deed een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht en leverde een verklaring omtrent afwezigheid van vermogen in. De Hoge Raad stelde hem vervolgens in de gelegenheid om recente inkomensgegevens te overleggen, maar deze gegevens werden niet aangeleverd.
De griffier heeft belanghebbende per aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar betaling bleef uit. Vervolgens plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier en stuurde een kennisgeving naar het e-mailadres van belanghebbende, waarbij hij werd uitgenodigd te reageren op de niet-betaling.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is op 19 april 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.