Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
11 juni 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor meermalen gepleegde ontucht met zijn minderjarige stiefdochter. Het bewijs omvatte onder meer WhatsApp-berichten die door de aangeefster en haar moeder waren overgelegd.
De Hoge Raad heeft in haar beoordeling het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv Pro (unus testis-regel) getoetst en onderzocht of de verklaring van de aangeefster voldoende steun vond in het overige bewijsmateriaal. Tevens is de vraag aan de orde gesteld of de oplegging van een bijzondere voorwaarde, een contactverbod van onbepaalde duur met toezicht door de politie, in strijd is met artikel 14c Sr.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de klachten van verdachte niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep is derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.