Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
Als verklaring van [aangever] , geboren op [geboortedatum] 2000 (jr):
Op 7 juni 2017 stond ik op de Canadezenlaan in Leeuwarden. Ik stond op straat ter hoogte van de ingang van de parkeerplaats van de Jumbo om het verkeer tegen te houden zodat mijn vader met zijn vrachtwagen achteruit vanaf het Johannes Kolfplein de Canadezenlaan op kon rijden. Op een gegeven moment zag ik een donkerblauwe BMW met kenteken [kenteken] . De BMW reed op mij af. Ik stond tussen de daar gelegen vluchtheuvels in. Ik zag dat de BMW om mij en de vluchtheuvels heen reed, op de rijbaan tegen het verkeer in. Ik gebaarde dat de bestuurder rustiger moest rijden door mijn hand op en neer te bewegen. De BMW reed zo dicht langs mij dat ik hem raakte met mijn ring aan mijn rechterhand. Ik raakte de BMW op het rechter achterlicht. Hierna zag ik dat de BMW stopte en er een man uitstapte. Ik hoorde dat de man zei: ‘Wat zit je aan mijn auto.’ Voordat ik kon antwoorden, stond de man voor mij. Ik zag dat hij zijn rechtervuist balde. Ik zag dat hij zijn rechterarm naar achter bewoog. Ik (het hof voegt toe: zag) zijn vuist richting mijn linkeroog gaan. Kort hierna voelde ik pijn. Sinds de klap heb ik pijn aan mijn jukbeen, kaak en oog aan de linkerkant van mijn gezicht. Hierna kwamen mijn vader en oom naar mij en de man toe en begonnen tegen de man te schreeuwen. Ook hoorde ik een vrouw vanuit de auto van de man schreeuwen dat ze weg moesten gaan. Hierna stapte de man in zijn auto en reed hij weg. Hierna belde ik de politie.
Op 7 juni 2017 reed ik achter een vrachtwagen van [A] . De vrachtwagen reed (toevoeging hof: bij) de parkeerplaats van de Jumbo op het Johannes Kolfplein te Leeuwarden. De vrachtwagen reed half de weg op. Vanaf de linkerzijde kwam een BMW aan gereden. Ik zag dat de BMW linksom de vluchtheuvel reed om de vrachtwagen te passeren. De bijrijder van de vrachtwagen probeerde de BMW te stoppen en raakte met zijn hand de achterkant van de BMW. Ik zag dat de BMW stopte. Ik zag dat er een man uitstapte. Ik zag dat de man met zijn rechterhand de bijrijder van de vrachtwagen sloeg. De man sloeg met gebalde vuist de bijrijder hard in het gezicht. De chauffeur kwam erbij en er werd flink geschreeuwd. De vrouw die bij de BMW in zat, duwde de man weer terug de BMW in. Daarop stapte de man in en reed de man weg.
Als verklaring van [betrokkene 2] , geboren op [geboortedatum] 1958 (sr):
Op 7 juni 2017 was ik samen met mijn zoon [aangever] , geboren op [geboortedatum] 2000, spullen aan het laden bij de Jumbo aan het Johannes Kolfplein te Leeuwarden. Toen wij klaar waren met laden, ging ik achter het stuur zitten om de vrachtauto achteruit de weg op te rijden. Mijn zoon [aangever] ging op straat staan om het verkeer tegen te houden. Toen ik mijn vrachtauto achteruit had gedraaid, stond ik met mijn vrachtauto op de ‘verkeerde’ baan. Ik zag dat van de andere kant op de Canadezenlaan een blauwe BMW aan kwam. Omdat ik zijn rijbaan blokkeerde, zag ik dat de bestuurder van de BMW de verkeerde kant van de vluchtheuvel langsreed om door te kunnen rijden. Op het punt waar hij langsreed stond mijn zoon het verkeer te regelen. Ik zag dat de BMW vlak langs mijn zoon reed. Ineens zag ik dat de bestuurder stopte en uitstapte. Ik zag dat de bestuurder op mijn zoon afliep en hem een vuistslag gaf met zijn rechtervuist. Ik zag dat de vuistslag op de linkerzijde van mijn zoons hoofd was. Ik zag dat mijn zoon bijna achterover viel en zich nog net staande kon houden. Ik zag dat de man wegreed. In het ziekenhuis zag ik dat mijn zoon een blauw oog kreeg. Ook zag ik dat het leek of hij een deuk in zijn jukbeen had. Ik hoorde dat mijn zoon klaagde over zijn kaak, jukbeen en linkeroog. Ik hoorde dat mijn zoon zei dat hij het zicht met zijn linkeroog niet scherp kreeg.
Bij een beeldvormend CT-onderzoek van het aangezicht werd een jukbeenfractuur links met enige verplaatsing vastgesteld en een naso-orbito-ethmoidale fractuur links zonder verplaatsing (botgebied tussen oogkas, neus en bijholte).
De verwachte herstelduur van het niet zichtbare letsel (fracturen en zenuwletsel): 6-8 weken na ontstaan, dan wel 6-8 weken na een eventueel te verrichten operatieve ingreep aan het jukbeen.
Blijvend letsel: Blijvend letsel, te weten een afvlakking van de contour van de linker wang, is zeer wel mogelijk indien het jukbeen niet zal worden geopereerd.
Ik ben gestopt en wilde verhaal halen bij die man.
3.Beslissing
14 mei 2024.