ECLI:NL:HR:2024:682
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in bestuursrechtelijke belastingzaak gemeente Amsterdam
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam betreffende een bestuursrechtelijke belastingzaak tegen het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis. Hierbij is overwogen dat het niet noodzakelijk was om inhoudelijk op de klachten in te gaan, omdat deze geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het vonnis van de Rechtbank Amsterdam in stand.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 26 april 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het vonnis van de Rechtbank Amsterdam.