Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
21 mei 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 juni 2022, waarin hij werd veroordeeld voor poging tot diefstal met braak bij een voetbalvereniging in Alem. De benadeelde partij had een vordering ingesteld, waarvan de toewijzing door het hof werd gemotiveerd.
Namens verdachte werd cassatie ingesteld met een middel dat zich richtte op de motivering van de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering nader toe te lichten, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.
Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten. Dit arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Kooijmans en Posthumus, en uitgesproken op 21 mei 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor poging tot diefstal met braak.