ECLI:NL:HR:2024:703
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak rechtbank over WOZ-waarde en proceskostenvergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking voor zijn woning, waarbij hij om aanvullende stukken vroeg. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar niet alle gevraagde stukken hoefde te verstrekken, maar wel het taxatieverslag. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en stelde een proceskostenvergoeding vast met een wegingsfactor van 0,5.
In hoger beroep vernietigde het hof deze uitspraak en oordeelde dat de heffingsambtenaar alleen het taxatieverslag hoefde te verstrekken, waardoor de rechtbank ten onrechte het beroep gegrond verklaarde en de proceskostenvergoeding toekende. Het hof ging niet in op een grief over de wegingsfactor.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het toezenden van het taxatieverslag volstaat volgens artikel 40, lid 2, Wet WOZ, maar vernietigt het arrest van het hof behalve voor zover het de WOZ-waarde betreft. De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waaronder de vaststelling van de proceskostenvergoeding met wegingsfactor 0,5.
De Hoge Raad veroordeelt het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep in de proceskosten van het cassatiegeding en de heffingsambtenaar in de proceskosten van het hof. Tevens worden griffierechten vergoed aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof behalve voor de WOZ-waarde en bevestigt de uitspraak van de rechtbank over de proceskostenvergoeding.