ECLI:NL:HR:2024:725
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2013 en 2014
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag dat het hoger beroep behandelde inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2013 en 2014, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is geen nadere motivering gegeven omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft tevens besloten geen proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is gewezen door de vice-president van Hilten als voorzitter en de raadsheren Faase en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2024. Hiermee is het beroep in cassatie ongegrond verklaard en blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.