ECLI:NL:HR:2024:73

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2024
Publicatiedatum
22 januari 2024
Zaaknummer
22/03749
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.A OpiumwetArt. 2.B OpiumwetArt. 420bis SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep tegen arrest hof Arnhem-Leeuwarden inzake medeplegen drugstransport en witwassen

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 oktober 2022. De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het vervoeren en uitvoeren van harddrugs en voor eenvoudig witwassen van een geldbedrag van € 25.760.

In cassatie werd onder meer een verzoek tot het horen van een getuige afgewezen omdat het hof zich voldoende geïnformeerd achtte op basis van het dossier. De advocaat-generaal stelde vernietiging voor uitsluitend ten aanzien van de duur van de gevangenisstraf, met vermindering daarvan, maar de Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdediging niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering van dit oordeel te geven omdat het geen belang had voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03749
Datum23 januari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 oktober 2022, nummer 21-001666-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Michels, advocaat te Oldenzaal, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan in een mate die de Hoge Raad gepast zal voorkomen, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 januari 2024.