Conclusie
3.Het eerste middel
- ongeveer 15 kilogram amfetamine en 1 kilogram methamfetamine, zijnde amfetamine en methamfetamine, enig middel, als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I”
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 48 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, en een geldbedrag van € 25.760,- verbeurdverklaring wegens medeplegen van uitvoer van amfetamine en methamfetamine naar Duitsland en eenvoudig witwassen. Het bewijs bestond onder meer uit versleutelde chatberichten via Ironchat tussen verdachte, medeverdachten en een getuige die drugs ontving in Duitsland.
De verdediging verzocht in hoger beroep om het horen van een getuige die via Ironchat met medeverdachten communiceerde, maar dit verzoek werd door het hof afgewezen omdat het niet noodzakelijk werd geacht. De Hoge Raad bevestigde dat deze afwijzing niet onbegrijpelijk was, mede omdat de getuige niet rechtstreeks belastende verklaringen had afgelegd en de authenticiteit van het bewijsmateriaal niet betwist werd.
Verder werd de strafoplegging door het hof gemotiveerd met verwijzing naar de ernst van de feiten, de georganiseerde internationale drugshandel via het Darkweb en de recidive van verdachte. De Hoge Raad oordeelde dat de straf niet onbegrijpelijk was en matigde ambtshalve de duur van de gevangenisstraf vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het cassatieberoep werd afgewezen behalve voor de duur van de straf, die de Hoge Raad passend zal verminderen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en matigt ambtshalve de duur van de gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding.