ECLI:NL:HR:2024:733

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2024
Publicatiedatum
17 mei 2024
Zaaknummer
22/02308
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 SrArt. 342 lid 2 SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak feitelijke aanranding van eerbaarheid door sportverzorger

In deze strafzaak stond de verdachte, een sportverzorger bij een Groningse voetbalvereniging, terecht voor meervoudige feitelijke aanranding van eerbaarheid, zoals bedoeld in artikel 246 Sr Pro. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had hem eerder veroordeeld. De verdachte stelde in cassatie onder meer vragen over het bewijs van het ontuchtige karakter van zijn handelingen en het opzet, alsmede over het bewijsminimum volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro (unus testis-regel).

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat zij niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De advocaat-generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Het arrest is op 21 mei 2024 gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Kuijer en Trotman. Het beroep van de verdachte wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor feitelijke aanranding van eerbaarheid.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02308
Datum21 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juni 2022, nummer 21-004810-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat in Heerenveen, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 mei 2024.