Conclusie
Ze ([slachtoffer 1]) was van slag. Ze huilde. Ze was verdrietig. Ik had echt een hele andere [slachtoffer 1] aan de telefoon dan ik anders altijd heb.’ Belangrijk bij de betrouwbaarheid van deze getuige acht het hof ook dat zij een duidelijke herinnering heeft over wanneer zij van [slachtoffer 1] over het voorval hoorde. Het door haar beschreven moment komt overeen met wat aangeefster [slachtoffer 1] daarover heeft verklaard. Ook [getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] emotioneel was toen ze hem vertelde wat haar was overkomen. [getuige 2] heeft verklaard dat hij zag dat ze ‘gebroken’ was.