ECLI:NL:PHR:2024:358

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
29 maart 2024
Zaaknummer
22/02308
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid tijdens sportmassage

In deze zaak is verdachte door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid door het plegen van ontuchtige handelingen tijdens sportmassages aan twee aangeefsters. De handelingen betroffen het bewust aanraken van de schaamlippen en de regio nabij de clitoris, wat het hof kwalificeerde als ontuchtig en in strijd met de sociaal-ethische norm.

De bewijsvoering bestond voornamelijk uit de verklaringen van de aangeefsters, die elkaar in belangrijke mate ondersteunden, en de verklaringen van getuigen die de emotionele impact op de slachtoffers bevestigden. De verdachte voerde in cassatie aan dat de bewijslast onvoldoende was en dat de handelingen niet opzettelijk ontuchtig waren, maar deze klachten werden door de Hoge Raad verworpen.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat sprake was van opzet en dat het wettelijk bewijsminimum was behaald, mede door het steunbewijs van verklaringen van andere aangeefsters en getuigen. De conclusie van de procureur-generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest dat verdachte veroordeelde voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/02308
Zitting2 april 2024
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de verdachte.
Inleiding
1. De verdachte is bij arrest van 13 juni 2022 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens onder 1 primair en 2 primair “feitelijke aanranding van de eerbaarheid” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, waarvan 89 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, en tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en aan de verdachte schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoals in het arrest bepaald. [1]
2. Namens de verdachte heeft R.P. Snorn, advocaat in Heerenveen, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Het eerste middel
3. Het middel bevat klachten over de bewezenverklaring onder 1 primair. Voordat ik de klachten bespreek, geef ik de bewezenverklaring en een deel van de bewijsvoering weer.
4. Ten laste van de verdachte is onder 1 primair bewezenverklaard dat:
“hij op 6 november 2018 te Groningen, door een feitelijkheid, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, bestaande uit het masseren/betasten, van de schaamlippen van die [slachtoffer 1], en bestaande die feitelijkheid hieruit dat verdachte opzettelijk als sportmasseur/verzorger in het kader van een behandeling/massage plotseling en onverhoeds, van die [slachtoffer 1] haar schaamlippen heeft gemasseerd/betast”.
5. Deze bewezenverklaring steunt onder meer op de als bewijsmiddel 2 opgenomen verklaring van de aangeefster. Dit bewijsmiddel houdt onder meer in:
“V: Goed, je had je bh en T-shirt weer aan. Wat gebeurde er toen?
A: Toen kwam het gesprek op de lymfdrainage. [verdachte] zei dat, als ik nog last had, we dat nu ook konden doen. Ik had eigenlijk geen last, maar dacht dat het wel kon. Ik wist dat ik alles onder uit moest doen. Dit had [verdachte] al eens eerder verteld.
V: Wat was het verschil met de drainage boven of onder?
A: Hij gaf dat aan. Dat de slip uit moest. Hij wilde de onderkant wel even aanpakken. Hij had al eerder verteld dat hij mogelijk mijn geslachtsdeel zou aanraken tijdens de drainage.
V: Wat had hij precies aan jou verteld wat hij zou gaan doen?
A: Bij mijn dijen daar, de liezen en aan de binnenkant van mijn been. Hij zou daar de lymfe masseren, de drainage. Dit was voor het vocht daaronder.
V: Wat vond jij daarvan?
A: Als het zou helpen, dan zou ik het doen. Als het moest, dan moest het.
V: Dus je deed je broek en je slip uit. En toen?
A: Ik ben op de tafel gaan zitten. Dit deed ik uit mijzelf. Ik moest van [verdachte] op een bepaalde manier gaan liggen. Ik lag op de rug. Mijn armen lagen langs mijn lichaam en ik hield mijn benen gestrekt naast elkaar.
V: Wat zei [verdachte] verder?
A: Hij zei eigenlijk niks, maar hij begon gewoon.
V: Wat deed hij?
A: Hij begon gelijk bij de dijen en in de liezen en vervolgens voelde ik dat hij zelfs aan mijn schaamlip kwam.
V: Wat zei hij toen hij aan je schaamlip kwam?
A: Hij zei niks en ik ook niet.
V: Wat deed hij precies?
A: Hij maakte met 2 vingers kleine rondjes op mijn lichaam. Dit deed hij met de wijsvinger en middelvinger.
V: Op welke plaatsen kwam hij nog meer?
A: Hij heeft kort in de liezen nog wat gedaan. Toen is hij naar de knie gegaan, waarom weet ik niet, en vervolgens drukte hij weer in de liezen. Toen zat hij plotseling hier, zowat op mijn clitoris. Daar maakte hij dezelfde beweging. Het was er vlak boven. (Aangeefster wijst op de onderbuik, ter hoogte van venusheuvel aan)
V: Wat voelde jij toen?
A: Hij maakte diezelfde draaiende bewegingen. Ik vond het helemaal niet leuk. Dat was toch niet per ongeluk?
V: Hoe lang maakte hij die beweging?
A: Ik denk een minuut? Ik vond hem onnodig lang daar zitten.
V: Wat maakt dat zijn handelen stopte?
A: Het laatste was boven mijn clitoris en toen stopte hij.
V: Wat gebeurde er toen?
A: Hij zei dat het klaar was. Ik ben gaan zitten. Ik mocht me aankleden dus ik had snel mijn slip en broek weer aan.”
6. Het hof heeft over de bewezenverklaring onder meer overwogen:
“Voorop moet worden gesteld dat van een ontuchtige handeling sprake is bij een handeling van seksuele aard in strijd met de sociaal-ethische norm. Of een handeling als zodanig kan worden aangemerkt, hangt onder meer af van de omstandigheden van het geval, zoals de context en de verhouding tussen betrokkenen en de wijze van aanraking.
Bij handelingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm wegens strijd met de sociaal-ethische norm als ontuchtig worden gekwalificeerd, kan het ontuchtige karakter hieraan komen te ontvallen op grond van de bijzondere omstandigheden van het geval. Anderzijds is denkbaar dat een handeling die niet direct een ontuchtig karakter draagt, toch als zodanig wordt aangemerkt door de omstandigheden van het geval, waarbij de intentie van de dader gewicht in de schaal kan leggen.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide aangeefsters heeft aangeraakt bij de schaamlippen. Deze handelingen, te weten het met de vinger draaiende bewegingen maken bij het ‘vaginale gat’ en het maken van draaiende bewegingen tussen de schaamlippen ‘in de buurt van de clitoris’, hebben naar het oordeel van het hof naar de uiterlijke verschijningsvorm een seksueel karakter en zijn in de setting van een sportmassage objectief gezien zozeer in strijd met de sociaal-ethische norm dat sprake is van ontuchtige handelingen.
Gelet op de verklaringen van aangeefsters dat de bedoelde aanrakingen secondenlang duurden, (van 30 tot 40 seconden volgens [slachtoffer 2] en tot 1 minuut volgens [slachtoffer 1]) is het hof van oordeel dat er geen sprake is geweest van een toevallige aanraking, maar van bewust verrichte ontuchtige handelingen.
Indien de aanrakingen per ongeluk gebeurd zouden zijn en verdachte deze aanrakingen niet zo had bedoeld en had gewild, dan had het in de rede gelegen dat verdachte meteen zijn handen had weggetrokken. Voor een dergelijke lezing bieden de verklaringen van beide aangeefsters geen enkele steun. Het tegendeel is het geval. Verdachte heeft derhalve opzet gehad op het plegen van de ontuchtige handelingen.”
7. Het middel bestaat uit twee klachten. Ik bespreek ze na elkaar.
Een ontuchtige handeling?
8. De eerste klacht houdt in dat uit de gebruikte bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte de aangeefster door een feitelijkheid heeft gedwongen tot het ondergaan van een ontuchtige handeling.
9. De steller van het middel neemt tot uitgangspunt dat uit bewijsmiddel 2 volgt dat de verdachte één keer aan de schaamlip van de aangeefster is gekomen en dat de verdachte haar heeft aangeraakt boven de clitoris, op de onderbuik of ter hoogte van de venusheuvel. Dit zou niet het aanraken of betasten van de schaamlippen zijn, en deze aanrakingen zouden in het kader van een massage of lymfedrainage niet zonder meer ontuchtig zijn.
10. Uit bewijsmiddel 2 blijkt dat de aangeefster heeft verklaard: “Hij begon gelijk bij de dijen en in de liezen en vervolgens voelde ik dat hij zelfs aan mijn schaamlip kwam.” Voor zover wordt geklaagd dat het gaat over één schaamlip en niet over de bewezenverklaarde ‘schaamlippen’ faalt de klacht bij gebrek aan belang. Voor de strafmaat maakt dat niet uit, omdat de ernst van de bewezenverklaring niet verandert.
11. Verder wordt door de steller van het middel aangevoerd dat het hof de verklaring van de aangeefster van het andere tenlastegelegde feit zou hebben betrokken bij de beantwoording van de vraag of de handelingen ontuchtig zijn, terwijl die aangifte niet iets kan zeggen over het ontuchtige karakter van de handelingen uit een andere aangifte.
12. Dit argument getuigt van een onjuiste lezing van het arrest van het hof. Uit de hiervoor geciteerde bewijsoverweging in het bestreden arrest volgt dat het hof ten aanzien van beide tenlastegelegde feiten van oordeel is dat sprake was van ontuchtig handelen, maar niet dat het ontuchtig handelen ten aanzien van de andere aangeefster is betrokken bij de beantwoording van de vraag of de handelingen ten aanzien van aangeefster een ontuchtig karakter hadden.
13. Voor zover verder nog wordt geklaagd over het vastgestelde ontuchtige karakter, meen ik dat uit de bewijsoverweging van het hof blijkt waarom het hof de handeling wel als ontuchtig heeft aangemerkt. Die overwegingen zijn niet onbegrijpelijk, zodat ook dit deel van de klacht faalt.
Opzet?
14. De tweede klacht houdt in dat uit de bewijsvoering niet zonder meer blijkt dat de aanraking van de schaamlippen van de aangeefster ‘opzettelijk’ is begaan. Uit bewijsmiddel 2 zou volgen dat de aanraking kortstondig is geweest en dat zowel de verdachte als de aangeefster daarop niet hebben gereageerd.
15. Uit bewijsmiddel 2 blijkt over het onder 1 primair bewezenverklaarde dat de verdachte met zijn vinger draaiende bewegingen heeft gemaakt in de buurt van de clitoris en dat deze aanrakingen bijna een minuut of in ieder geval “onnodig lang” duurden. Dat het hof op basis daarvan heeft geoordeeld dat het om bewuste ontuchtige handelingen moet gaan en dat sprake is van opzet bij de verdachte, is niet onbegrijpelijk. Daarom faalt ook deze klacht.
Slotsom
16. Het middel faalt.
Het tweede middel
17. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring onder 2 primair slechts steunt op de verklaring van één getuige.
18. Ten laste van de verdachte is onder 2 primair bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 1 april 2018 tot en met 31 augustus 2018 te Groningen, door een feitelijkheid, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het dulden een ontuchtige handeling, bestaande uit het masseren/betasten van de schaamlippen van die [slachtoffer 2], en bestaande die feitelijkheid hieruit dat verdachte opzettelijk als sportmasseur/verzorger in het kader van een behandeling/massage plotseling en onverhoeds, van die [slachtoffer 2] haar schaamlippen heeft gemasseerd/betast.”
19. Het hof heeft over de bewezenverklaring onder meer overwogen:
“Ten aanzien van de vraag of het wettelijk bewijsminimum is behaald, overweegt het hof als volgt.
In deze zaak hebben aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ten aanzien van de feiten en omstandigheden waaronder de ontuchtige handelingen plaatsvonden verklaard dat deze plaatsvonden tijdens een lymfedrainagebehandeling door verdachte. Verdachte masseerde de benen en de lies van aangeefsters en raakte hen op een gegeven moment aan in de schaamstreek. Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat dit ‘zowat op de clitoris’ was en aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte haar heeft aangeraakt bij haar ‘vaginale gat’. De beide – betrouwbaar geachte – aangiftes tegen dezelfde verdachte, van ontuchtige handelingen die in een vergelijkbare context en met eenzelfde wijze van handelen van verdachte hebben plaatsgevonden, ondersteunen elkaar over en weer in bewijstechnische zin.
De verklaring van [slachtoffer 1] wordt voorts nog ondersteund door de verklaring van [getuige 1]. [getuige 1] heeft verklaard dat aangeefster haar meteen na het voorval emotioneel opbelde en haar vertelde dat verdachte aan haar ‘prutje’ had gezeten. De getuige heeft verklaard: ‘
Ze ([slachtoffer 1]) was van slag. Ze huilde. Ze was verdrietig. Ik had echt een hele andere [slachtoffer 1] aan de telefoon dan ik anders altijd heb.’ Belangrijk bij de betrouwbaarheid van deze getuige acht het hof ook dat zij een duidelijke herinnering heeft over wanneer zij van [slachtoffer 1] over het voorval hoorde. Het door haar beschreven moment komt overeen met wat aangeefster [slachtoffer 1] daarover heeft verklaard. Ook [getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] emotioneel was toen ze hem vertelde wat haar was overkomen. [getuige 2] heeft verklaard dat hij zag dat ze ‘gebroken’ was.
De verklaring van [slachtoffer 1] vindt bovendien op onderdelen ook bevestiging in de verklaring van verdachte zelf.
Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte haar na de behandeling vertelde over zijn geheime vriendin en over het feit dat hij deze vriendin ‘explosieve orgasmes’ kon geven omdat hij de juiste plekken wist te vinden. Tevens heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar, op het moment dat ze weg zou gaan, vroeg of hij haar een knuffel mocht geven. Verdachte heeft deze beide voorvallen erkend. Ook heeft hij verklaard dat hij aangeefster in haar lies heeft gemasseerd terwijl zij naakt op de behandeltafel lag.
Ter ondersteuning van de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] bevindt zich in het dossier de verklaring van haar vriend [getuige 2]. [getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer 2] moest huilen toen ze hem vertelde over de ontuchtige handeling gepleegd door verdachte. Ook heeft [getuige 2] verklaard dat hij, vóórdat [slachtoffer 2] hem vertelde over het grensoverschrijdende gedrag van verdachte, al een verandering bij [slachtoffer 2] had geconstateerd in hun seksuele omgang, in die zin dat [slachtoffer 2] minder behoefte had.
Op grond van het voorgaande concludeert het hof dat de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] en aangeefster [slachtoffer 2] in voldoende mate worden ondersteund door andere bewijsmiddelen.”
20. Het hof heeft volgens zijn bewijsoverweging het onder 2 bewezenverklaarde aangenomen op basis van de verklaringen van de aangeefster met als steunbewijs (i) als schakelbewijs de hiervoor onder 6 geciteerde verklaring van de andere aangeefster en (ii) de verklaring van [getuige 2].
21. De verklaringen van de aangeefster zijn weergegeven in bewijsmiddel 3 en 4. Deze bewijsmiddelen luiden:
“3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, d.d. 9 november 2018, […]:
Informatief gesprek met [slachtoffer 2].
Ze verklaarde omtrent de verzorger genaamd [verdachte] bij de [A].
Ongeveer een halfjaar geleden was betrokkene weer volledig onder behandeling bij [verdachte]. Daar werd de lymfebehandeling weer opgepakt.
Ook gaf [verdachte] aan dat hij voor een goede behandeling verder naar beneden moest, dan haar liezen. Betrokkene liet dit toe waarop [verdachte] met zijn vinger vlak naast haar vaginale gat masseerde/met zijn vinger zat. Eenmaal heeft [verdachte] haar vaginale gat daadwerkelijk gemasseerd, echter is hij niet met zijn vinger erin geweest.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte, d.d. 23 november 2018,
[…], inhoudend – zakelijk weergegeven - als verklaring van

[slachtoffer 2]

V: Goed, dan willen we het nu graag met je hebben over de feiten waarvan je aangifte wilt doen. Kun jij in jouw eigen bewoordingen vertellen wat er gebeurd is?
A: Eigenlijk sinds ik bij [A] voetbal, 4 a 5 jaar, heb ik contact gekregen met [verdachte] de verzorger.
(..)
V: Wat heb jij aan [verdachte] gevraagd, die allereerste keer voor een behandeling?
A: Ik zei hem dat ik last van mijn enkel had. Het is al zo lang geleden. Volgens mij is het zo gegaan. Dat ik last van mijn enkel had en dat hij zei dat hij mij wel kon behandelen.
V: Wat heeft [verdachte] toen verteld over de behandeling die hij jou zou geven?
A: Hij vertelde dat ik vocht had volgens mij. Toen heeft hij naar mijn rug gekeken en zei hij dat ik een lymfe drainage moest.
(..)
A: Dat was een half jaar geleden. Die keer dat hij bij mijn vagina zat.
V: Vertel eens over die keer, hoe ging dat?
A: Ik moest ook voor een lymfe drainage heen. Ik moest op mijn buik gaan liggen. Toen ging hij eerst mijn billen masseren omdat er volgens hem knopen in zaten. Het deed mij pijn weet ik nog en ik zei hem dit ook. Toen ging hij verder met mijn rug masseren en ging hij hard drukken. Toen zei hij: Je billen zijn alweer vuurrood dus draai je maar om". En toen ging hij mijn borsten masseren, zijkant en erop. Daarna ging hij met zijn handen naar beneden.
V: Hij gaat dan met zijn handen naar beneden zei je. Hoe ging dat?
A: Hij kwam bij het begin van mijn liezen en vanuit daar ging hij naar beneden masseren.
V: En omschrijf eens precies wat hij deed en wat jij voelde?
A: Hij zei dat er een kans was dat hij mogelijk mijn vagina aan zou gaan raken en dat dat dan per ongeluk was. Hij bedoelde bij mijn schaamlippen.
V: Zei hij dat vooraf of was hij toen al met de behandeling bezig?
A: Toen hij er onderweg naar toe was met zijn handen.
V: Hoe lag jij op de behandeltafel?
A: Op mijn rug, benen een beetje uit elkaar.
V: En waar was [verdachte]?
A: Bij mijn linker lies als hij daar moest zijn en als hij rechts moest zijn stond hij rechts.
V: Hoe was jij gekleed?
A: Ik had mijn bh niet aan en hij had mijn string opzij getrokken. Ik was dus eigenlijk bijna naakt.
V: Wie deed de string van jou opzij?
A: Hijzelf. Hij pakte de zijkant van mijn string en hij zei "vind je het goed als ik het even opzij doe anders kan ik er niet bij". Hij had mij nog niet eerder beneden aangeraakt en dus vond ik het geen probleem.
V: En dan lig je daar, string gaat opzij en dan?
A: Toen ging hij vanaf begin van mijn lies naar beneden en van die draaien de bewegingen maken. Bij het begin van mijn lies masseerde hij korter en hoe meer hij naar beneden kwam des te langer masseerde hij.
V: Naar beneden kwam?
A: Hoe verder hij naar mijn vagina toeging.
(..)
V: Hij heeft je string aan de kant en wat gebeurt er dan?
A: Hij masseerde verder naar beneden tot aan mijn vaginale gat.
V: Welke delen van je vagina raakt hij aan?
A: Bij mijn gat en bij mijn schaamlippen.
V: In hoeverre doet hij iets bij je schaamlippen?
A: Als hij draaiende bewegingen maakte daar dan kwam hij er wel eens op mijn schaamlippen.
V: Hoe kwam hij bij je vaginale gat dan?
A: Gewoon draaiend, masserende bewegingen.
V: Hij trekt je string opzij en komt bij je gat uit, hoe zit dat?
A: Hij trok hem aan de bovenkant aan de kant en dan zit de string nog over je gat heen. Maar hij deed dan met zijn vinger mijn string omhoog om bij mijn gat te komen.
V: Dat gat, waar gebruik je die normaal voor?
A: Het gat waar mijn partner tijdens de seks ingaat.
V: Dan zit hij met zijn vinger op je vaginale gat, draaiende bewegingen te maken. Hoe lang duurt dat?
A: 30 a 40 seconden.
V: Hoe voelt dit voor je?
A: Ik klapte dicht. Ik wist datje dit niet doet als je fysio bent. Dit doe je als je seks met je vrouw gaat hebben. Ik werd her heel erg angstig van.
V: Wat zeg je tegen [verdachte]?
A: Ik kon niks zeggen .
V: En [verdachte], wat zei hij?
A: Niks hij was geconcentreerd.
V: Hoe vond je het dat [verdachte] dat deed?
A: Ik vond het echt heel erg.
(..)
V: Hoe vaak heeft hij je vaginale gat gemasseerd?
A: 1 keer. Alleen deze keer. En deze keer was ook de aller laatste keer behandeling. Dit was zo'n drie maand geleden.
V: De behandeling alwaar hij je vaginale gat heeft gemasseerd, wat hebben jullie toen nog besproken over vervolg behandelingen?
A: Ja dat ik vaker weer moest komen. Ik zei hem "ja, ja, is goed". Ik deed heel normaal maar dacht heel anders. Ik dacht, bij jou kom ik nooit weer.
V: Want?
A: Hij heeft mij aangeraakt op plekken waar hij niet hoorde te zitten. Ik voelde mij zo dom en schaamde mij zo erg.
V: In hoeverre had jij het besef al dat hij je aangeraakt had op plekken wat niet hoorde?
A: Dat besefte ik toen nog niet. Twee maand erna vertelde ik mijn vriend hetgeen er was gebeurd. [getuige 2] zei dat ik dan naar [betrokkene 1] kon gaan, een andere fysio. Ik heb [betrokkene 1] gevraagd of het hoorde hoe [verdachte] mijn behandelde. [betrokkene 1] zei dat dat dat niet klopte.”
22. De als steunbewijs gebruikte verklaring van [getuige 2] is opgenomen als bewijsmiddel 5. Dit bewijsmiddel luidt:
“5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 4 februari
2019, […] inhoudend – zakelijk weergegeven – als verklaring van:

[getuige 2]:

V: Wat kun jij ons zelf vertellen over hetgeen waarvoor jij nu uitgenodigd bent?
A: Paar maanden geleden hoorde ik elke keer op de club, [A], dat [verdachte] dus seksuele handelingen verricht bij meisjes. Die man is de verzorger van de club. Mijn vriendin, [slachtoffer 2], kwam daar ook omdat ze last heeft van pijntjes heeft. Mijn vriendin en ik, onze situatie veranderde, we hadden de eerste paar maanden heel veel seks en dat veranderde. Ik heb haar daar meerdere keren naar gevraagd, ze zei dan dat het aan haar lag en niet aan mij. Hier kwam ook niet echt een heel duidelijk antwoord op. Ik heb toen tegen haar gezegd op een bepaald moment dat ik niet wilde dat ze naar die verzorger van de club ging.
(..)
Haar moeder, [slachtoffer 1], kwam op een bepaald moment bij ons om te vertellen wat er was gebeurt, ze verteld huilend dat ze op een seksuele manier was aangeraakt door de verzorger. Op dat moment begon mijn vriendin ook te huilen en wist ik eigenlijk wel genoeg.
Ze vertelde toen dat dit bij haar ook was gebeurd, ze vertelde dat ze het moeilijk vond om het te bespreken. Ik heb toen gezegd, dat moet met het bestuur besproken worden, dat gesprek heeft ook plaats gevonden.
V: Wie is die verzorger?
A: [verdachte]
V: Wat hoorde je precies?
A: Ik was bij haar thuis en ik zag dat er wat aan de hand was. Ze wilde eerst niks zeggen maar toen begon ze te huilen. Ik zag het dus vroeg nog een keer en ze zei dat ze op de club was geweest en dat [verdachte] haar had verzorgd voor haar schouderbladen er tussenin. Ze vertelde dat hij voor die lymfedrainage haar slip uit moest en dat hij daar met zijn vingers heeft gezeten. Hij heeft draaibewegingen gemaakt bij haar clitoris.
V: Wie zijn woorden zijn dit?
A: Dit is zoals ze het mij heeft verteld, zoals ik het nu zeg. Draaibewegingen bij haar clitoris.
V: Wat zag je bij [slachtoffer 1]?
A: Dat ze gebroken was van binnen. Ik vond het heel sneu om te zien”.
23. In de schriftuur wordt over het hiervoor weergegeven steunbewijs aangevoerd dat (i) de redengevendheid van de verklaring van de andere aangeefster niet zonder meer begrijpelijk is voor het onder 2 bewezenverklaarde vanwege wat daarover bij het eerste middel is aangevoerd, te weten dat uit deze verklaring niet het opzettelijk ontuchtig karakter van de aanrakingen kan volgen en (ii) de verklaring van [getuige 2] niet redengevend kan zijn omdat zij observaties over de gemoedstoestand van de aangeefster bevat van enkele maanden na de laatste massage of die betrekking hebben op (enkel) een (seksuele) gedragsverandering.
24. Het middel lijkt mij niet kansrijk. [2] Het onder (i) weergegeven onderdeel steunt op wat bij het eerste middel is aangevoerd en dat middel faalt. Ook het onder (ii) weergegeven onderdeel treft geen doel. Het hof heeft de verklaring van [getuige 2] als steunbewijs kunnen aanmerken, in het bijzonder vanwege de daarin opgetekende emotionele reactie van de aangeefster. Dat de observatie van deze reactie is gedaan enkele maanden na de bewezenverklaarde feiten, zoals in de schriftuur wordt aangevoerd, doet daaraan niet af. Ook latere waarnemingen van emotionele reacties kunnen als steunbewijs worden gebruikt, als die reactie is gegeven nadat voor het eerst over het delict wordt gesproken. [3]
25. Het middel faalt.
Slotsom
26. Beide middelen falen. Het eerste middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering. Omdat het tweede middel gaat over een feit waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken, ligt afdoening daarvan op de voet van art. 81 lid 1 RO Pro niet voor de hand. [4]
27. Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
28. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 juni 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:4802.
2.Zie voor een overzicht van de rechtspraak over het bewijsminimum mijn conclusie van vandaag in de zaak 23/01173, ECLI:NL:PHR:2024:356, onder 5-15.
3.HR 20 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1262 (art. 81 lid 1 RO Pro).
4.HR 24 januari 2023, ECLI:NL:HR:2023:40,