Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
18 juni 2024.
Hoge Raad
In deze strafzaak ging het om een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch dat hem veroordeelde voor verkrachting. De verdachte betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster, waarop het hof had geoordeeld dat ondanks kleine verschillen in de volgorde en omschrijving van handelingen de verklaringen consistent en betrouwbaar waren. Tevens vond het hof steun voor de verklaringen in ander bewijsmateriaal en achtte het de verklaring van een getuige niet afdoen aan de betrouwbaarheid.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De Raad onderschrijft de motivering van het hof dat de kleine verschillen in de verklaringen niet afdoen aan de betrouwbaarheid ervan en dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is. De conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal tot verwerping van het beroep werd gevolgd.
Het arrest bevestigt daarmee het belang van een zorgvuldige beoordeling van verklaringen en het motiveren van het oordeel over hun betrouwbaarheid in strafzaken. De verdachte blijft veroordeeld op basis van de verklaringen en het overige bewijsmateriaal.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad en werd uitgesproken op 18 juni 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof dat de verklaringen van de aangeefster betrouwbaar zijn.