Conclusie
Nummer23/01100
Inleiding
Het middel
A: Toen mocht ik een keer anderhalf uur weg, en hij (het hof begrijpt: de verdachte) belde me op “wil je wat drinken” en toen kwam ik daar aan, we hadden afgesproken.
Bewijsoverwegingen
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van verkrachting, maar in hoger beroep veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, vastgestelde letsels en de eigen verklaring van de verdachte.
De verdediging voerde in cassatie aan dat de verklaringen van het slachtoffer onbetrouwbaar waren vanwege inconsistenties en de getuigenverklaring dat het slachtoffer vaak loog. Het hof had echter geoordeeld dat kleine verschillen in de volgorde en omschrijving van handelingen niet afdoen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen op essentiële punten.
Daarnaast vond het hof dat de verklaringen van het slachtoffer werden ondersteund door ander bewijs, waaronder de vastgestelde letsels en emoties van het slachtoffer, en de verklaring van de verdachte zelf. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het bewijs mocht waarderen zoals het deed en dat de motivering van het oordeel toereikend was.
Het cassatiemiddel faalde en de Hoge Raad verwierp het beroep. Daarmee bleef de veroordeling van de verdachte voor verkrachting in stand, inclusief de opgelegde straf en schadevergoedingsmaatregel.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte tot 36 maanden gevangenisstraf wegens verkrachting.