Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
quasi-criminal procedurebetreft, gebaseerd op de Administrative Improbity Act, leidt de rechtbank uit de onderliggende stukken af dat in deze zaak feitelijk gaat om het verzekeren van de betaling door de klaagster van een bedrag gelijk aan de steekpenningen, die door klaagster zouden zijn betaald, al dan niet in de vorm van een boete of in de vorm van een compensatie van verliezen van de Braziliaanse schatkist, of een combinatie hiervan.
voordeel.
a) of een verdrag in de inbeslagneming voorziet, en verder
b) of de inbeslaggenomen voorwerpen kunnen dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen, dan wel naar het recht van de verzoekende staat kunnen worden verbeurdverklaard of kunnen dienen tot verhaal van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, en verder
c) of er gegronde redenen bestaan voor de verwachting dat ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen door de verzoekende staat ook een verzoek tot tenuitvoerlegging zal worden gedaan van ofwel een verbeurdverklaring, ofwel een sanctie die strekt tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, en verder
d) of volgens de door de verzoekende staat bij zijn verzoek verstrekte inlichtingen, door de bevoegde autoriteiten van die staat een bevel tot inbeslagneming is gegeven of zou zijn gegeven als de betreffende voorwerpen zich binnen zijn grondgebied zouden bevinden, en ten slotte
e) of inbeslagneming naar Nederlands recht is toegestaan.
Wat betreft de onder e) genoemde voorwaarde is nog van belang dat inbeslagneming naar Nederlands recht moet worden geacht te zijn toegestaan, als inbeslagneming mogelijk zou zijn geweest wanneer het feit naar aanleiding waarvan de inbeslagneming door de verzoekende staat wordt verzocht, in Nederland zou zijn begaan. Als bijvoorbeeld het verzoek strekt tot inbeslagneming van voorwerpen tot bewaring van het recht tot verhaal voor een nog op te leggen ontnemingssanctie, moet het gaan om een verdenking van feiten die naar Nederlands recht een misdrijf zouden opleveren waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. (Vgl. HR 24 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI2281.)
3.Beslissing
28 mei 2024.