ECLI:NL:HR:2024:777
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van dit beroep. Uit het dossier bleek dat het beroepschrift op 27 december 2023 werd ontvangen, terwijl de termijn van zes weken, zoals gesteld in artikel 6:7 Awb Pro, op 29 november 2023 was verstreken.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 9 januari 2024 via het digitale dossier en per e-mail in de gelegenheid gesteld om een toelichting te geven op de overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende heeft niet gereageerd. Hierdoor moest het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 31 mei 2024 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.