ECLI:NL:HR:2024:831

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2024
Publicatiedatum
6 juni 2024
Zaaknummer
24/00414
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak tegen gemeente Amsterdam

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam inzake verzet tegen een eerdere uitspraak. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geconstateerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen.

Op advies van de procureur-generaal heeft de Hoge Raad besloten het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.

De uitspraak is gedaan door de Hoge Raad op 7 juni 2024, waarbij de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk het arrest hebben gewezen. Het arrest bevestigt de strikte toetsing aan de ontvankelijkheid en het gebruik van artikel 80a RO om niet-slagenbare cassatieberoepen efficiënt af te doen.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/00414
Datum7 juni 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door M.J.M. Möhlmann-Bronkhorst,
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTERDAM
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 22 december 2023, nr. AMS 22/4613, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 3 maart 2023.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2024.