ECLI:NL:HR:2024:874
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan machtiging
In deze zaak heeft A.F.M.J. Verhoeven namens een vennootschap onder firma (v.o.f.) beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van dit beroep beoordeeld en vastgesteld dat de indiener geen bewijsstuk heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om het beroep in cassatie namens de v.o.f. in te dienen.
De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener verzocht binnen vier weken een machtiging of een verklaring van instemming te overleggen. Dit verzoek is aangetekend verzonden en volgens Track&Trace afgeleverd, maar de gevraagde documenten zijn niet ontvangen. Hierdoor concludeert de Hoge Raad dat de indiener niet bevoegd is om het beroep in cassatie in te stellen.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener op te leggen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 14 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.