Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Ik zag dat de politie ter plaatse was. Ik zag dat er drie jongens waren aangehouden. Ik herkende deze jongens als de jongens die mij eerder hadden geslagen. De jongen die mij heeft geslagen was overduidelijk langer dan de twee andere jongens. Ik denk dat deze jongen ongeveer 1.85 meter lang was.
De hondengeleider heeft met de hond in het gebied gezocht naar mogelijke sporen en objecten die met de straatroof te maken hadden. De hond sloeg aan. Hierop zag de hondengeleider iets zilverkleurigs in de brandnetels liggen. Vervolgens zagen wij dat dit een langwerpig ijzeren staaf was. Bij het oppakken van de staaf zagen wij dat dit een staaf was om putdeksels mee op te tillen. De zilveren staaf kwam overeen met de beschrijving die het slachtoffer en de getuige gaven in hun verklaringen.
De politierechter is in eerste aanleg tot het oordeel gekomen dat client deze [slachtoffer] gepoogd heeft zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem met een putdeksellichter tegen het hoofd te slaan.
[slachtoffer] heeft aangifte gedaan en beschrijft dat hij - bij het passeren - uit het niets eigenlijk met een stalen pijp op zijn rechterslaap/oog wordt geslagen. Als reactie hierop trapt hij deze jongen op zijn borst. Hij verklaart dat de jongens nog even achter hem aan rennen en dat hij even verder een tijd blijft wachten. Na een kwartier ziet hij daar de jongens aan komen lopen. Dan vertrekt hij naar het woonwagenkamp.
De verdachten hebben een ander verhaal. Zij liepen daar inderdaad met zijn drieën op de weg, zonder slechte bedoelingen, gewoon onderweg naar huis. Toen de aangever op zijn scooter voorbij kwam, schopte hij client op zijn borst.
Er is DNA onderzoek gedaan. Er zijn geen matches uitgekomen, omdat de concentraties DNA te laag waren. Er blijkt in ieder geval niet uit dat het verhaal van client, waarin hij aangeeft het voorwerp niet te hebben aangeraakt, niet klopt.
Vragen die wij kunnen stellen, zijn de volgende. Waarom zou aangever dit zeggen? Dat is altijd een goede vraag, die wij niet altijd kunnen beantwoorden. Helaas zien wij vaak genoeg dat aangevers niet de waarheid vertellen. Client en zijn neven hebben wel een verklaring. Zij worden helaas vaak geconfronteerd met racistische opmerkingen van de mensen van het woonwagenkamp. Het is duidelijk dat zij hen daar niet moeten en het zou client niet verbazen dat dit de reden is dat een dergelijk verhaal is verteld.
Gelet op al het voorgaande kan niet wettig en overtuigend bewezen worden [dat] client de aangever heeft geslagen met een stalen voorwerp.”
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
18 juni 2024.