Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
U vraagt mij wat de reden was dat ik met [medeverdachte 1] ben gaan handelen. Via ABN AMRO had ik gehoord dat het niet mogelijk was om crypto’s te storten op mijn bankrekening, omdat er niet gecontroleerd kon worden waar deze vandaan kwamen. Ik moest dus een andere weg zoeken om mijn bitcoins te verzilveren. Bitonic was niet mogelijk, omdat ook hier gebruik moest worden gemaakt van een bankrekening. Iemand moest ze dus van mij kopen, dit was de enige manier.
We wijzen jou op de SMS-berichten vanaf REC ID 3944 en verder (DOC-296). Volgen we vanaf REC ID 3944 de communicatie dan lezen wij dat er een afspraak werd gemaakt voor 43 coins nu en bij REC ID 4311 voor 66.1511. De conversatie loopt door tot REC ID 4365. Afspraken op 30 mei 2015 voor 43 plus iets kleins zie REC ID 4185 en op 31 mei 2015 voor 66.1511.
Deze beide bedragen (uit DOC-296) staan in het overzicht van de bitcointransacties pagina 3, (DOC-295) afkomstig van wallet met code [c6ac4df58c] 44.6096 btc en 66.15 btc.
We tonen jou een overzicht van de banktransacties.
V: Kun je bevestigen dat jij voor deze bitcoin-transacties naar Den Haag bent gereden en daar de ontmoeting hebt gehad voor het kopen van de bitcoins?
A: Ja, ik denk dat ik dit kan bevestigen.
(...)
Totaal ontvangen waarde in Euro’s € 463.990,24
Totaal aantal Bitcoins 1887,81.
(...)
Totaal verkocht aan [medeverdachte 1] in Euro’s € -206.933,54
Totaal aantal Bitcoins verkocht aan [medeverdachte 1] -966,59.”
4.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
5.Beslissing
25 juni 2024.