Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
9 januari 2024.
Hoge Raad
De betrokkene werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met diefstal van loten. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaalde bij zijn uitspraak de omvang van het voordeel mede aan de hand van de aanschafwaarde van niet-betaalde loten waarop geen prijs was gevallen.
De betrokkene stelde in cassatie dat deze wijze van schatting onjuist was. De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee het arrest van het hof bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Kuijer en Dalebout op 9 januari 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof over de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.