Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
9 juli 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens rijden terwijl het rijbewijs was ingevorderd, met als bijkomende maatregel de verbeurdverklaring van de personenauto. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad ziet geen noodzaak om de beslissing nader te motiveren, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten.
Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken acht de Hoge Raad dit echter voldoende en verbindt geen verdere rechtsgevolgen aan de termijnoverschrijding.
De Hoge Raad besluit het beroep te verwerpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling met verbeurdverklaring blijft in stand.