Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Ik, verbalisant [verbalisant 1] ( [verbalisant 1] ), hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant, was op dinsdag 23 april 2019 belast met het uitvoeren van een algemene surveillance voor de politieregio Oost-Brabant, district ‘s-Hertogenbosch, team Maasland. Ik was gekleed in uniform en zodanig herkenbaar als ambtenaar van de politie. Ik maakte gebruik van een opvallend dienstvoertuig, ik was de bestuurder. Samen met collega [verbalisant 2] vormde ik de eenheid 13.02. Ik droeg een door de politie gefaciliteerde bodycam tijdens de dienst.
Ik zei op enig moment tegen [verdachte] : “We hebben jou zien rijden, klaar.”. Ik hoorde dat [verdachte] daarop antwoordde: “Ja dus?”.
Ik, verbalisant [verbalisant 2] ( [verbalisant 2] ), hoofdagent van politie, was op dinsdag 23 april 2019 omstreeks 17.00 uur samen met collega [verbalisant 1] belast met de algehele noodhulpsurveillance binnen district ’s-Hertogenbosch, team Maasland, standplaats [plaats] . Ik reed samen met collega [verbalisant 1] in een opvallend dienstvoertuig, we waren in uniform gekleed en zodanig herkenbaar als politieambtenaren.
Geboren: [geboortedatum] 1997 (22) te [plaats]
Adres: [a-straat 1] , [plaats]
Ik zag dat er op het voornoemde adres in totaal 3 personen ingeschreven waren, zijnde vader, moeder en zoon [verdachte] .
Daar [verdachte] een volledige schorsing had op zijn rijbewijs, besloot ik, samen met collega [verbalisant 1] , om omstreeks 17.15 uur aan te gaan op het adres [a-straat 1] te [plaats] . Toen wij ons dienstvoertuig voor de woning parkeerden, zag ik dat de voornoemde Golf onder de carport stond.
Identiteit [verdachte]
Geboren [geboortedatum] 1997 te [plaats]
Datum afgifte 15-01-2016
Autoriteit afgifte [plaats]
Cat. Eerste afgifte Geldig tot
AM 28-06-2013 15-01-2026
B 15-01-2-16 15-01-2026
Verblijfplaats Niet ingeleverd
Volgnummer 2
Soort Vorderingsprocedure
Autoriteit Cbr Divisie Vorderingen
Registratie 06-03-2019
Inleversoort Volledige schorsing
Gevorderde inleverdatum 06-03-2019
Schorsing periode vanaf 06-03-2019
AM vanaf 06-03-2019 Schorsing
B vanaf 06-03-2019 Schorsing
Op 25 april 2019 deed ik onderzoek naar de camerabeelden. Voor zover ik weet is het beeld opgenomen vanaf de bodycam die mijn collega [verbalisant 2] droeg ten tijde van het incident, dat plaatsvond op 23 april 2019.
Toen mijn collega [verbalisant 2] bij de voordeur stond, ging de voordeur open. In de hal stond een jonge vrouw.
Op 25 april 2019 keek ik de bodycambeelden die mijn collega [verbalisant 1] droeg ten tijde van het incident dat plaatsvond op 23 april 2019.
Uit het proces-verbaal van mijn collega [verbalisant 1] concludeer ik dat deze vrouw (het hof begrijpt telkens: [medeverdachte 1] heet.
(...)”
(...)
Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat onvoldoende overtuigend bewijs voorhanden is dat het de verdachte is geweest die de Volkswagen Golf heeft bestuurd, gelet op de verklaring van de verdachte dat niet hij, maar zijn vader ‑ [medeverdachte 2] ‑ de Volkswagen Golf heeft bestuurd.
Verbalisant [verbalisant 2] heeft het kenteken bevraagd, waarbij bleek dat het voertuig op naam stond van [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 1967, wonende aan de [a-straat 1] te [plaats] . Verbalisant [verbalisant 2] zag dat die [betrokkene 1] een zoon heeft, te weten [verdachte] , die op hetzelfde adres woonachtig is. [verbalisant 2] raadpleegde de personalia van de zoon in het systeem en zag daarbij dat diens gelaatsfoto volledig en voor 100% overeenkwam met het uiterlijk van de bestuurder van de Volkswagen Golf. [verbalisant 2] zag dat het rijbewijs van verdachte voor de categorieën A en B volledig was geschorst. Hierop zijn verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar het woonadres van de bestuurder gereden, teneinde hem op heterdaad aan te houden ter zake van overtreding van de Wegenverkeerswet 1994.
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
25 juni 2024.