Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
25 juni 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door de klaagster tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland inzake het beslag op een personenauto die in gebruik was bij haar schoonzoon, die werd verdacht van rijden zonder geldig rijbewijs.
De kernvraag was of de klaagster voldoende maatregelen had getroffen om te voorkomen dat haar schoonzoon opnieuw de auto zou gebruiken zonder rijbewijs, en of het hof verplicht was om onderzoek te doen naar de proportionaliteit van het beslag.
De Hoge Raad heeft de klachten van de klaagster beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om nadere motivering te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Daarmee is het cassatieberoep verworpen en blijft het beslag op de auto gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de auto blijft gehandhaafd.