ECLI:NL:PHR:2024:279
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen weigering teruggave auto na rijden zonder rijbewijs
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beklag van de klaagster tegen de inbeslagname van haar auto ongegrond omdat zij onvoldoende maatregelen had genomen om te voorkomen dat de belanghebbende, die zonder rijbewijs reed, gebruik kon maken van haar voertuig.
De klaagster had haar autosleutels verstopt, maar de belanghebbende en diens partner wisten waar deze lagen en konden de auto toch gebruiken. De rechtbank oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de auto zal verbeurd verklaren, waardoor het voortduren van het beslag gerechtvaardigd is.
De klaagster stelde in cassatie dat de rechtbank een onjuist toetsingskader hanteerde en dat zij niet kon worden verweten dat de belanghebbende de auto gebruikte. Ook voerde zij aan dat verbeurdverklaring disproportioneel zou zijn vanwege de grote financiële schade en haar medische afhankelijkheid van de auto.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk is en voldoende is gemotiveerd, mede gelet op eerdere jurisprudentie. De proportionaliteitstoets is niet ambtshalve vereist, en de rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het aangevoerde onvoldoende concreet en onderbouwd was om nader onderzoek te vereisen.
De Hoge Raad wijst erop dat de financiële gevolgen van een eventuele verbeurdverklaring door de strafrechter kunnen worden betrokken en dat de klaagster na een onherroepelijke beslissing nog een klaagschrift kan indienen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de klaagster wordt verworpen en het beklag tegen de inbeslagname van haar auto wordt ongegrond verklaard.