Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
2 juli 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte in een winkeldiefstalzaak, behandeld door het gerechtshof Amsterdam. Het hof had op 10 mei 2022 een arrest gewezen waarin de verdachte werd veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, met klachten over de bewijswaardering.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest kunnen leiden. Het oordeel van de Hoge Raad is dat het niet nodig is om de klachten nader te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad volgde. Het arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en de raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest gerechtshof Amsterdam blijft in stand.