Conclusie
Nummer22/01765
Inleiding
Het middel
“1. Een proces-verbaal van aangifte van 7 november 2020 […].
eigen waarneming van het hofhoudt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens winkeldiefstal van levensmiddelen ter waarde van €41,33 bij een Albert Heijn in Warmenhuizen op 7 november 2020. Het hof baseerde de bewezenverklaring op camerabeelden, verklaringen van getuigen en verbalisanten, waaruit bleek dat verdachte goederen in een boodschappentas stopte en deze niet betaalde.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd welke goederen precies waren weggenomen en dat het verweer dat verdachte de goederen terug had gezet in de winkel onvoldoende was onderzocht. De Hoge Raad overwoog dat het niet vereist is om alle gestolen goederen afzonderlijk te bewijzen zolang duidelijk is dat goederen zijn weggenomen. Het hof had de geloofwaardigheid van de verklaring van verdachte terecht beoordeeld aan de hand van de camerabeelden en overige bewijsmiddelen.
De Hoge Raad concludeerde dat het middel faalt en dat het arrest van het hof niet vernietigd kan worden. De veroordeling tot een geldboete met subsidiaire hechtenis blijft in stand. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor winkeldiefstal en wijst het cassatieberoep af.