Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
2 juli 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het hof had een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel toegewezen, gerelateerd aan uitvoer van cocaïne en witwassen.
De verdachte stelde een cassatiemiddel in, onder meer gericht tegen de toegepaste methode van uitgebreide kasopstelling en de verwerping van het draagkrachtverweer. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de beoordeling geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, motiveert de Hoge Raad zijn oordeel niet uitvoerig.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 2 juli 2024. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel blijft in stand.