Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 juli 2024.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat hem veroordeelde voor meervoudige verkrachting. De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het arrest alleen wat betreft de duur van de gevangenisstraf, met vermindering daarvan, en verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest, zonder nadere motivering omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Wel heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Dit leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht jaren tot zeven jaren en tien maanden. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en verwerpt het beroep voor het overige. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot zeven jaren en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.