Conclusie
Inleiding
Bewezenverklaring en bewijsvoering feit 1
Feit 1
Het eerste cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Het tweede cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Ernst van de feiten
ambtshalvedoor de rechter worden opgelegd (art. 38z, eerste lid, Sr). Hoewel de wetgever het daarbij van belang achtte dat de rechter ten behoeve van deze beoordeling over een recent opgemaakt gemotiveerd reclasseringsadvies beschikt dat ook een risicotaxatie omvat, stelt de wet in geval de rechter de oplegging van de maatregel ambtshalve overweegt niet de eis dat hij zich zo’n advies doet overleggen, aldus de Hoge Raad in zijn arrest van 13 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1860,
NJ2023/82, m.nt. Ten Voorde. De Hoge Raad voegt hieraan toe, dat dit de rechter de mogelijkheid biedt om, bij de oplegging van de maatregel, zijn inschatting van het toekomstige recidiverisico op andere rapporten of
gegevenste baseren (cursivering, A-G). Is de maatregel eenmaal opgelegd, dan zal de officier van justitie te gelegener tijd overeenkomstig art. 6:6:23a, eerste lid, Sv een vordering tot tenuitvoerlegging van de maatregel moeten indienen bij de rechter die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het misdrijf ter zake waarvan de maatregel is opgelegd. In dat stadium moet door de rechter opnieuw een gevaarsinschatting worden gemaakt. Evenals bij de vordering tot oplegging, dient bij de vordering tot tenuitvoerlegging een recent opgemaakt, met redenen omkleed en ondertekend advies van een reclasseringsinstelling te worden overgelegd door het openbaar ministerie (art. 6:6:23a, derde lid, Sv). Zonder voorafgaande vordering, kan de maatregel niet worden tenuitvoergelegd. De bevoegde rechter kan, zo de vordering is ingediend, op grond van art. 6:6:23b, vijfde lid, Sv de tenuitvoerlegging gelasten voor een periode van twee, drie, vier of vijf jaren.
gegevens– baren het hof zorgen en het hof ziet, bij gebrek aan een ingang voor een behandeling van de verdachte, ook geen reden om aan te nemen dat het recidivegevaar na tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf tot een aanvaardbaar niveau is teruggedrongen. Ik merk daarbij op dat, naar het hof heeft vastgesteld in de sanctiemotivering, het algemeen recidiverisico op basis van het risicotaxatie-instrument OXREC laag tot hoog wordt ingeschat en dat dit risico-instrument daarmee niet uitsluit dat sprake is van een hoog recidive-risico bij de verdachte.
Ambtshalve opmerking
Slotsom