ECLI:NL:HR:2024:981
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op 8 februari 2024 op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Hoewel de brief werd ontvangen, werd het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
Belanghebbende deed op 11 maart 2024 een beroep op betalingsonmacht, maar omdat het griffierecht inmiddels was betaald, werd dit beroep niet in behandeling genomen. De Hoge Raad gaf belanghebbende vervolgens nog een extra termijn om te motiveren waarom het griffierecht niet tijdig was betaald, maar de reactie kwam te laat binnen en werd buiten beschouwing gelaten.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het te laat betaalde griffierechtbedrag van €136 wordt terugbetaald aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.