ECLI:NL:HR:2024:982
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad stelde vast dat belanghebbende niet tijdig het verschuldigde griffierecht had betaald, ondanks een aangetekende aanmaning en een gestelde betalingstermijn van vier weken.
Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht, maar dit werd niet in behandeling genomen omdat het griffierecht inmiddels was voldaan, zij het na de termijn. De Hoge Raad gaf belanghebbende nog gelegenheid om redenen voor het late betalen aan te voeren, maar deze waren onvoldoende om het verzuim te rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en bepaalde dat het te laat betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.