Uitspraak
1.Procesverloop
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 januari 2024.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiseres B.V. cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin het hof het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevestigde. De zaak betreft een onrechtmatige daad door Staatsbosbeheer wegens schade aan bomen veroorzaakt door een hoge grondwaterstand. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken voor het procesverloop en beoordeelt de ingediende klachten over het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat het niet noodzakelijk is om de motivering van het hof nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep wordt gevolgd.
De Hoge Raad wijst het beroep af en veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €14.229 aan verschotten en €2.200 aan salaris. Het arrest is gewezen door vijf raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een zesde raadsheer op 26 januari 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.