ECLI:NL:HR:2025:1021
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende, een B.V., was geconfronteerd met naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2008, 2009 en 2010, inclusief beschikkingen omtrent heffingsrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Zowel belanghebbende als de Inspecteur voerden hoger beroep in. Het hof deed uitspraak in juni 2023.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad besloot ook geen proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft het oordeel van het hof ongewijzigd en zijn de naheffingsaanslagen en heffingsrentebeschikkingen definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.