Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[vestigingsplaats](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
Parterre:ruime hal. Woonkamer. Salon. Serre. Uiterst grote luxe
3.Omzetbelasting
92.494
1.759 3.087 3.364
24.171 71.800 20.309
1.759 3.087 3.364
24.171 71.800 20.309
3.277 0 0
-12.976
€ 3.578
€591.323als bedrijfskosten aangemerkt. De jaarlijkse verdeling hiervan is in onderstaand schema zichtbaar:
(verbalisant, dit is de bijkeuken)
geensprake is van een balie bij de entree/receptie, nooduitgang en noodverlichting, brandtrap, extra wandcontactdozen en/of lichtpunten of overige bedrijfsmatige elektra die woning van deze omvang te boven gaan, bedrijfsmatige data-installatie, gescheiden klimaatbeheersing per kantoorruimte, sloten op de binnendeuren, zakelijke brievenbussen, voldoende parkeerruimte, apart dames- en herentoilet (wel 2 toiletten op begane grond maar slechts één in hal entree) noch van een lift naar de eerste of tweede verdieping;
welsprake is van een ruimte van 50 m2 voor de luxe keuken welke is voorzien van alle mogelijke apparatuur zoals stoomoven, magnetron, cooker, en drie koelkasten, een luxe badkamer op de eerste verdieping voorzien ligbad met jetstream, een dubbele regendouche en een luxe badmeubel, een ouderenslaapkamer met ingebouwde kledingkasten en gashaard, een roze babykamer, de woning is beneden voorzien van vloerverwarming met tegels van Belgisch hardsteen en parket in visgraatmotief, een zoutwaterzwembad met overkapping, een poolhouse met jacuzzi en jetstream, een volledig nieuw aangelegde tuin met verlichting en beregeningsinstallatie,
(opmerking verbalisant, verdachte heeft in 2008 zijn hypotheek bij [de bank1] overgesloten met een hypotheek bij [de bank2] die € 175.000 hoger is: ik verwijs hiervoor naar de bijlagen bij de brief van 22 september 2010 aan de Belastingdienst)
(verbalisant € 402.226). Vermoedelijk heeft verdachte hiermee tevens de winstuitdelingen over de jaren 2007 en 2008 willen ontkrachten.
'het vrijstaande woonhuis met garages, ondergrond, erf, tuin…. 'en wordt in artikel 7.8 nogmaals benadrukt dat de koper het verkochte zal gaan bestemmen als woning en verkoper geen feiten of omstandigheden bekend zijn die aan een normaal gebruik als woning in de weg staan.
Daarbij speelt ook de voorgenomen zakelijke exploitatie van het pand’ in de brief op te nemen zonder dat duidelijk is wat deze zin met het voorgaande of daarna volgende van doen heeft.
4.Bewijsmiddelen strafbare feiten
'woning',
“Het is een bijzonder ruim huis met 6 slaapkamers, kleedkamer, bibliotheek/werkkamer en een unieke wijnkelder. De woning is luxe en voorzien van alle gemakken zoals vloerverwarming, zwembad, twee jacuzzi’s, openhaard en een gashaard in de master bedroom”. In diezelfde omschrijving van de verbouwing zegt hij zelf:
“in 2009 heeft een grondige renovatie plaatsgevonden” en spreekt hij derhalve niet van een verbouwing ten behoeve van een bestemmingswijziging van het pand.
5.Onderzoek
- HLP etc RAP algemeen 2013 (Excelarchief)
- DOSHISTORIE (DOS Archief)
- DACAS (COA-Archiefgegevens)
- ZP05 (SAP Dispositielijst)
- VA03 ( SAP Verkooporderoverzicht)
- AOL (Archief Omzetbelasting)
- INL (Invordering Lokaal)
: [belanghebbende] B.V.
3.Geschil
- moet worden teruggekomen op de beslissing van de geheimhoudingskamer,
- de naheffingsaanslag 2008 moet worden vernietigd omdat deze niet tijdig bekend is gemaakt en niet naar het juiste adres is gezonden,
- de naheffingsaanslagen 2008 en 2009 moeten worden vernietigd wegens schending van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel,
- een deel van de verbouwingskosten betrekking heeft op [adres1] 65, zodat om die reden recht bestaat op aftrek van de hieraan toerekenbare voorbelasting,
- recht op aftrek bestaat van de voorbelasting die verband houdt met de verbouwing van [adres1] 90,
- sprake is van schending van het vertrouwensbeginsel,
- hetgeen de Inspecteur in de pleitnota naar voren heeft gebracht over het aansluitverschil Vpb/OB voor het jaar 2008 tardief is,
- de correctie wegens het aansluitverschil Vpb/OB 2008 terecht is,
- sprake is van omkering en verzwaring van de bewijslast,
- de Inspecteur gebruik mocht maken van een theoretische omzetberekening, en
- immateriële schade moet worden vergoed wegens overschrijding van de redelijke termijn.
4.Beoordeling van het geschil
voordatde naheffingsaanslag OB 2008 wordt opgelegd.
- De onroerende zaak is eigendom van [naam2] , niet van belanghebbende;
- [naam2] heeft de [adres1] 90 aangekocht als woning;
- [adres1] 90 is in de jaren 2006 tot en met 2010 verbouwd tot (luxe) woonhuis, gelet op:
- [adres1] 90 altijd is gebruikt als woning; niet is gesteld of gebleken dat de [adres1] 90 ooit daadwerkelijk als kantoorruimte is gebruikt;
- De aard en omvang van de werkzaamheden zijn niet specifiek voor een functiewijziging naar kantoorruimte;
- De aanvraag van een vergunning voor het realiseren van een kantoorfunctie is eerst op 3 augustus 2012 aangevraagd en ziet enkel op de begane grond. Hierbij wordt melding gemaakt van nog uit te voeren aanpassingen in verband met de brandveiligheid;
- De verkoopbrochure uit 2013, waaruit blijkt dat [adres1] 90 is ingericht als woning met op de tweede verdieping drie slaapkamers en een wasruimte en dat geen enkele aanpassing is aangebracht voor gebruik als kantoorruimte (te weinig voorzieningen op het gebied van IT, onvoldoende toiletten, geen sloten op tussendeuren en het ontbreken van brandwerende c.q. veiligheidsvoorzieningen en extra toe- en uitgangen);
- [naam2] heeft [adres1] 90 in oktober 2013 als woonhuis verkocht aan de heer [naam49] , die op 16 mei 2020 op verzoek van de verbalisanten toegang heeft verschaft tot het panden heeft verklaard dat geen werkende lift aanwezig is en dat zich op de tweede verdieping bij aankoop geen sanitair bevond.
tot2008 en niet tot en met 2008 of voor 2008 zodat de beschrijving van de factuur al twijfels oproept of deze factuur ziet op kosten die worden gemaakt in het jaar 2008. Daarbij komt dat belanghebbende niet heeft kunnen aangeven op welke kosten deze factuur ziet. Ten slotte is nog van belang dat het aansluitverschil een bedrag betreft van € 2.868 terwijl de omzetbelasting die vermeldt staat op de bewuste factuur € 2.921,25 is. Gelet op alle vraagtekens die de factuur oproept kan in dit kader ook niet worden gesproken van een pleitbaar standpunt van de zijde van belanghebbende.
Griffierecht, proceskosten en schadevergoeding
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover die ziet op de naheffingsaanslag 2008 en bevestigt de uitspraak voor het overige,
- verklaart het beroep inzake de naheffingsaanslag 2008 ongegrond,
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) in de door belanghebbende geleden schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep tot een bedrag van € 1.000,
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) in de door belanghebbende in hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.464,75,
- gelast dat de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) aan belanghebbende het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht van € 519 vergoedt.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).