Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Het arrest van het hof
3.Juridisch kader
4.Beoordeling van de cassatiemiddelen
Op grond van dit e-mailbericht bestond het vermoeden dat ingezetenen van Nederland over een buitenlandse bankrekening beschikten, terwijl de saldi van die bankrekening niet zouden zijn meegenomen in de aangiften voor de inkomstenbelasting van de betreffende belastingplichtigen. Aan de betrokken belastingplichtigen, onder wie de verdachte, is op grond van artikel 47 AWR Pro door middel van vragenbrieven namens de inspecteur gevraagd om informatie over buitenlands vermogen te verstrekken, dan wel boeken, bescheiden of andere gegevensdragers ter beschikking te stellen.
Verschillende belastingplichtigen, onder wie de verdachte, hebben geweigerd om de gevraagde inlichtingen te verstrekken en/of bescheiden ter beschikking te stellen. De Belastingdienst heeft aan het openbaar ministerie verzocht deze personen te vervolgen wegens het niet voldoen aan de informatieplicht van artikel 47 lid 1 AWR Pro. Dat niet voldoen aan de informatieplicht is strafbaar gesteld bij de artikelen 68 in samenhang met 69 van de AWR.
Daar komt bij dat uit die feiten en omstandigheden ook niet kan volgen dat in dit geval sprake was van ‘gebruik’ van de gegevens ‘voor de(ze) strafprocedure’. De strafrechtelijke vervolging ziet immers louter op het niet voldoen aan het verzoek om informatie. Over die informatieweigering hebben de Duitse autoriteiten geen gegevens verstrekt.