ECLI:NL:HR:2025:1053

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 juli 2025
Publicatiedatum
30 juni 2025
Zaaknummer
23/02372
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis.1.b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring witwassen

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van witwassen van geldbedragen ter waarde van €21.025, waarvan werd gesteld dat deze afkomstig waren uit drugshandel of enig ander misdrijf. In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken van witwassen, maar veroordeeld voor opzetheling. Het hof oordeelde dat de contante betalingen afkomstig waren uit een misdrijf, mede gelet op het illegale inkomen van de medeverdachte en het ontbreken van legale inkomsten.

De verdachte stelde cassatie in tegen deze bewezenverklaring. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe beoordeling. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd op welke wettige bewijsmiddelen het had gebaseerd dat de gelden een criminele herkomst hadden. Hoewel het hof de verklaring van de verdachte had verworpen, ontbrak een duidelijke motivering voor de bewezenverklaring van witwassen.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch om opnieuw te worden berecht en afgedaan. Deze beslissing onderstreept het belang van een deugdelijke motivering bij bewezenverklaringen in strafzaken omtrent witwassen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02372
Datum1 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 juni 2023, nummer 20-000019-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat E.E.W.J. Maessen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het tenlastegelegde medeplegen van witwassen van geldbedragen (van in totaal € 21.025). Daartoe wordt onder meer aangevoerd dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de bewezenverklaarde contante betalingen uit drugshandel en/of uit enig misdrijf afkomstig zijn.
2.2
De klacht slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 13.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 juli 2025.