Uitspraak
1.Procesverloop
2.Het verzoek tot uitlevering
3.Beoordeling van het verzoek tot uitlevering
4.Beslissing op verzoeken
5.Slotsom
6.Beslissing
8 juli 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek van de Verenigde Staten tot uitlevering van een persoon met de Nederlandse en Pakistaanse nationaliteit, verdacht van deelname aan een criminele organisatie, drugshandel en witwassen. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest waarin de zaak werd terugverwezen voor nader onderzoek en heeft de verdachte gehoord op zitting.
De Verenigde Staten hebben het verzoek ingediend met een uitgebreide onderbouwing, waaronder een Affidavit, arrestatiebevel en relevante Amerikaanse wetsbepalingen. De feiten betreffen onder meer het internationaal distribueren van Anom-communicatiemiddelen en strafbare feiten die deels op het grondgebied van de VS zijn gepleegd.
De verdediging voerde aan dat de stukken niet voldeden aan de eisen van het uitleveringsverdrag, maar de Hoge Raad oordeelde dat de stukken, met name het Affidavit, voldoende zijn voor een toelaatbaarverklaring. Verzoeken tot aanhouding van de procedure werden afgewezen, mede omdat lopende Nederlandse vervolgingen en prejudiciële vragen van het Hof van Justitie EU niet relevant zijn voor het uitleveringsrecht.
De Hoge Raad verklaart de uitlevering toelaatbaar met het oog op de strafvervolging in de Verenigde Staten voor de in het Affidavit omschreven feiten. De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de uitlevering van de verdachte aan de Verenigde Staten toelaatbaar voor strafvervolging.