Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
22 april 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon met de Nederlandse nationaliteit aan de Verenigde Staten wegens deelneming aan een criminele organisatie, Opiumwetdelicten en witwassen. De rechtbank Rotterdam wees op 3 oktober 2024 een uitspraak over dit verzoek. De opgeëiste persoon stelde beroep in cassatie tegen deze uitspraak.
In cassatie klaagde de verdediging dat de volledige pleitnota die tijdens de zitting van 30 maart 2023 was overgelegd, ontbrak in het dossier dat aan de Hoge Raad was gezonden. De Hoge Raad heeft nadere informatie ingewonnen en vastgesteld dat de volledige pleitnota niet meer beschikbaar is. Hierdoor kan de Hoge Raad niet beoordelen of er meer verweren zijn gevoerd dan in de uitspraak van de rechtbank vermeld staan, noch of de rechtbank voldoende heeft gereageerd op de verdediging.
Gezien dit procesrechtelijke gebrek vernietigt de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank. Tevens beveelt de Hoge Raad dat de opgeëiste persoon wordt opgeroepen om te verschijnen op een nieuwe zitting van de Hoge Raad op 2 juni 2025, zodat het uitleveringsverzoek opnieuw kan worden behandeld met volledige waarborgen voor hoor en wederhoor.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en beveelt oproeping van de opgeëiste persoon voor een nieuwe zitting.