Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1102

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
24/02490
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225.1 SrArt. 359.2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak in cassatie bij BTW-fraude met schrootleveringen en valsheid in geschrift

In deze strafzaak stond verdachte, een rechtspersoon, terecht voor medeplegen van BTW-fraude en meermalen valsheid in geschrift. De fraude betrof leveringen van schrootmateriaal vanuit Nederland naar het Verenigd Koninkrijk, waarbij verdachte als tussenschakel fungeerde. Het hof sprak verdachte vrij in eerste aanleg.

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen dit vrijspraakarrest. Kernpunten waren onder meer of het hof een verrassingsbeslissing had genomen door de verdediging niet toe te laten inhoudelijk te reageren op de bewezenverklaring, het gebruik van app-gesprekken als bewijs, en de beoordeling van de rol van verdachte in de handelsketen. Ook werd overwogen of sprake was van schijntransacties om werkelijke leveringen te verhullen.

De Hoge Raad oordeelde dat de cassatiemiddelen faalden, mede gelet op een samenhangende uitspraak in een gerelateerde zaak. Het beroep werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef en verdachte definitief werd vrijgesproken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de vrijspraak van verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/02490
Datum8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 24 juni 2024, nummer 23-001229-22, in de strafzaak
tegen
[D] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W. de Vries bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.J. Wattel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Bespreking van de cassatiemiddelen

2.1
De cassatiemiddelen zijn identiek aan de cassatiemiddelen die zijn ingediend in de zaak tegen [medeverdachte] , die is veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan de in deze zaak tegen de verdachte bewezenverklaarde feiten.
2.2
De cassatiemiddelen falen om de redenen die staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in die zaak met nummer 24/02491 (ECLI:NL:HR:2025:1103).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 juli 2025.