Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 juli 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 december 2023, waarin hij werd veroordeeld voor mishandeling door het met kracht slaan en schoppen tegen het hoofd en lichaam van een willekeurige ander op de openbare weg.
De advocaat van verdachte heeft een cassatiemiddel ingediend, maar de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen op 8 juli 2025 door de vice-president van den Brink en raadsheren Posthumus en Kuiper, waarna het beroep is verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het hofarrest blijft in stand.