ECLI:NL:HR:2025:1123

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
25/00947
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen uitleveringsuitspraak Zwitserland wegens cocaïne-invoer en witwassen

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake het uitleveringsverzoek van Zwitserland voor een persoon verdacht van betrokkenheid bij de invoer van cocaïne en witwassen.

De verdediging voerde aan dat vanwege de chronische darmziekte van de dochter van de opgeëiste persoon sprake zou zijn van een reeds voltooide mensenrechtenschending, waardoor uitlevering niet toegestaan zou zijn. De rechtbank had dit verweer summier onderbouwd beoordeeld en verworpen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten tegen de uitspraak van de rechtbank niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep is derhalve verworpen en de uitleveringsuitspraak blijft in stand. De uitspraak is gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 8 juli 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitleveringsuitspraak blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00947 U
Datum8 juli 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2025, nummer UTL-I-2024039173, op verzoek van Zwitserland tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 juli 2025.