Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
3.De overwegingen van de rechtbank, het verweer en de overlegde stukken
Subsidiair verweer: ernstige en flagrante mensenrechtschendingen dreigt, in het
volledig afhankelijkis van de zorg van cliënte als moeder.
4.Het beoordelingskader
it will only be in exceptional circumstances that an applicant’s private or family life in a Contracting State will outweigh the legitimate aim pursued by his or her extradition.” [7]
5.De bespreking van het middel
voltooideschending van art. 3 EVRM Pro (dus voltooide foltering) en/of art. 8 EVRM Pro (dus zulke uitzonderlijke omstandigheden die reeds nu maken dat sprake is van een ontoelaatbare inbreuk op het recht op familie- en gezinsleven). Het oordeel van de rechtbank lijkt mij derhalve niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ten overvloede merk ik op dat uit het dossier blijkt dat de verzoekende staat al op 25 oktober 2024 heeft aangegeven de opgeëiste persoon terug te laten keren naar Nederland om daar haar straf uit te zitten, althans voor zover het gaat om een vrijheidsstraf niet zijnde een voorwaardelijke straf of een maatregel die vrijheidsbeneming met zich brengt. [8]