ECLI:NL:HR:2025:1147
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake belastingrentevergoeding personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit hof had in hoger beroep een beschikking bevestigd die betrekking had op de vergoeding van belastingrente, zoals bedoeld in artikel 30ha van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), in verband met een teruggaaf van belasting op personenauto’s en motorrijwielen.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.