ECLI:NL:HR:2025:1152

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
24/02839
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:105 BWArt. 3:111 BWArt. 3:113 lid 2 BWArt. 3:310 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof over eigendom en verjaring van steiger in openbaar vaarwater

In deze zaak staat de eigendom van een steiger in openbaar vaarwater centraal, waarbij de rechtsvragen betrekking hebben op de verkrijging van bezit door inbezitneming, de interversie van houderschap en de verjaring van rechtsvorderingen tot beëindiging van bezit en schadevergoeding. De zaak is in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Amsterdam, waarna het gerechtshof Amsterdam op 23 april 2024 een arrest heeft gewezen.

Rederij Lovers B.V. heeft tegen dit arrest cassatieberoep ingesteld, terwijl de Gemeente Amsterdam voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep heeft ingesteld. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht en geconcludeerd tot verwerping van elkaars beroep. De Advocaat-Generaal heeft geadviseerd het principale cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten van Lovers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht. Het voorwaardelijke incidentele beroep behoeft daarom geen behandeling.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Lovers en veroordeelt haar in de proceskosten, begroot op € 3.073,-- exclusief wettelijke rente. Het arrest is gewezen door de vicepresident en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 18 juli 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Rederij Lovers B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/02839
Datum18 juli 2025
ARREST
In de zaak van
REDERIJ LOVERS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Lovers,
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de Gemeente,
advocaat: M.W. Scheltema.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/708449 / HA ZA 21-910 van de rechtbank Amsterdam van 9 februari 2022 en 24 augustus 2022;
b. het arrest in de zaak 200.319.521/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 april 2024.
Lovers heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van Lovers heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie). Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt Lovers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Lovers deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
18 juli 2025.