ECLI:NL:HR:2025:1159

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
17 juli 2025
Zaaknummer
24/03269
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake mededelingsplicht bij verkoop appartement

In deze zaak stond de vraag centraal of de verkoper van een appartement zijn mededelingsplicht had geschonden, wat zou kunnen leiden tot een onrechtmatige daad jegens de koper. De zaak werd in eerste aanleg en hoger beroep behandeld, waarbij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 mei 2024 een arrest heeft gewezen.

De verkoper stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarin onder meer werd betwist dat het hof de devolutieve werking van het hoger beroep had geschonden. De Hoge Raad heeft de klachten van de verkoper beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en de verkoper veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 3.073,-- vermeerderd met wettelijke rente. Het arrest is gewezen door de raadsheren Tanja-van den Broek, Wattendorff en Teuben en in het openbaar uitgesproken door ter Heide.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verkoper wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/03269
Datum18 juli 2025
ARREST
In de zaak van
[verkoper] ,
wonende te [plaats] ,
EISER tot cassatie,
hierna: [verkoper] ,
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
[koper] ,
wonende te [plaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [koper] ,
advocaat: H.J.W. Alt.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/213961 / HA ZA 22-120 van de rechtbank Noord-Nederland van 3 augustus 2022 en 11 januari 2023;
b. de rolbeschikking en het arrest in de zaak 200.326.209/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 januari 2024 (rolbeschikking) en 28 mei 2024 (arrest).
[verkoper] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[koper] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [koper] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verkoper] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verkoper] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [koper] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verkoper] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
18 juli 2025.