ECLI:NL:HR:2025:1178
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over aanslag inkomstenbelasting 2016 en boetebeschikking
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 29 augustus 2023, waarin het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van belanghebbende werden behandeld met betrekking tot de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2016, de boetebeschikking en de beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de klachten van belanghebbende niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Een ingediende klacht werd aangemerkt als een nieuwe grond die buiten de daarvoor geldende termijn lag en werd daarom niet in behandeling genomen.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in stand.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.