ECLI:NL:HR:2025:1180
Hoge Raad
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door een gemachtigde, diende een verzoek om herziening in tegen een arrest van de Hoge Raad van 8 november 2024. De griffier wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze brief werd volgens Track&Trace afgeleverd, maar het griffierecht werd niet betaald.
Vervolgens werd belanghebbende opnieuw per aangetekende brief verzocht om binnen vier weken te reageren op de niet-betaling van het griffierecht. Deze brief werd niet afgehaald en teruggezonden wegens onbestelbaarheid, waarna deze per gewone brief werd verzonden. Belanghebbende reageerde niet tijdig, en een brief die later binnenkwam werd buiten beschouwing gelaten.
Op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb Pro, in samenhang met artikel 29 AWR Pro en artikel 8:119 lid 2 Awb Pro, verklaart de Hoge Raad het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is op 18 juli 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.