ECLI:NL:HR:2025:1180

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juli 2025
Publicatiedatum
18 juli 2025
Zaaknummer
24/04286
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 lid 6 AwbArt. 29 AWRArt. 8:119 lid 2 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek om herziening niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende, vertegenwoordigd door een gemachtigde, diende een verzoek om herziening in tegen een arrest van de Hoge Raad van 8 november 2024. De griffier wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze brief werd volgens Track&Trace afgeleverd, maar het griffierecht werd niet betaald.

Vervolgens werd belanghebbende opnieuw per aangetekende brief verzocht om binnen vier weken te reageren op de niet-betaling van het griffierecht. Deze brief werd niet afgehaald en teruggezonden wegens onbestelbaarheid, waarna deze per gewone brief werd verzonden. Belanghebbende reageerde niet tijdig, en een brief die later binnenkwam werd buiten beschouwing gelaten.

Op grond van artikel 8:41 lid 6 Awb Pro, in samenhang met artikel 29 AWR Pro en artikel 8:119 lid 2 Awb Pro, verklaart de Hoge Raad het verzoek om herziening niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is op 18 juli 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/04286
Datum18 juli 2025
ARREST
op het door [X] B.V. (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door [A], ingediende verzoek om herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 8 november 2024, nr. 24/01728, ECLI:NL:HR:2024:1587.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek om herziening

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 21 januari 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek om herziening en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 20 februari 2025 in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de dagtekening van deze brief mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Die termijn eindigde op 20 maart 2025. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL niet afgehaald op de afhaallocatie en vervolgens wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet tijdig gereageerd. De op 11 april 2025 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten. Het verzoek om herziening moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb in samenhang gelezen artikel 29 AWR Pro en artikel 8:119, lid 2, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2025.