ECLI:NL:HR:2025:1189
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens onduidelijkheid bestreden uitspraak
Belanghebbende heeft schriftelijk beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. Uit het ingediende beroepschrift kon niet worden vastgesteld tegen welke uitspraak het beroep was gericht, noch op welk besluit het geschil betrekking had. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende daarom bij aangetekende brief verzocht om binnen zes weken een afschrift van de bestreden uitspraak te overleggen. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar belanghebbende heeft geen gehoor gegeven aan dit verzoek.
Omdat het op basis van de beschikbare gegevens niet mogelijk was te bepalen tegen welke uitspraak het beroep in cassatie was gericht, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens onduidelijkheid over de bestreden uitspraak en het niet naleven van het verzoek tot overlegging.