ECLI:NL:HR:2025:1192
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Nederland. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht en stelde een termijn van vier weken hiervoor. Deze brief werd volgens Track&Trace bezorgd op het opgegeven adres.
Ondanks deze kennisgeving werd het griffierecht niet voldaan. Vervolgens plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende, waarbij belanghebbende werd uitgenodigd om een toelichting te geven op het niet betalen van het griffierecht. Ook hiervan werd een kennisgeving verzonden naar het opgegeven e-mailadres.
Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 18 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.